Het coalitieakkoord en de Caribische eilanden: wat is echt nieuw?
Het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA zet de Caribische eilanden nadrukkelijk op de agenda. Aankomend premier Jetten spreekt over "grote stappen" voor Bonaire, Sint-Eustatius en Saba, met een structurele investering voor het sociaal minimum. Dat klinkt als nieuw beleid, maar dat beeld vraagt om uitleg.
In het akkoord worden de Caribische eilanden als één geheel genoemd, maar in de praktijk gaat het om twee heel verschillende situaties.
Aruba, Curaçao en Sint-Maarten zijn autonome landen binnen het Koninkrijk. Zij hebben een eigen regering en parlement en zijn zelf verantwoordelijk voor sociaal beleid, zoals minimumloon en uitkeringen. Nederland kan daar wel afspraken over maken en ondersteuning bieden, maar voert geen direct beleid.
Wat de nieuwe coalitie daarover zegt, is vooral een voortzetting van de koers die al jaren wordt gevolgd, ook onder premier Rutte: samenwerking op veiligheid, economie en verduurzaming, met nadruk op goed bestuur en mensenrechten.
Moeilijk rondkomenVoor Bonaire, Sint-Eustatius en Saba ligt dat anders. Deze drie eilanden zijn bijzondere gemeenten van Nederland. Dat betekent dat het kabinet in Den Haag rechtstreeks verantwoordelijk is voor wetgeving, sociale zekerheid en bestaanszekerheid. Juist daar wringt het al jaren.
Onderzoeken laten zien dat veel inwoners van Caribisch Nederland niet kunnen rondkomen, ook als zij werken. De kosten voor wonen, energie, water en vervoer zijn hoog, terwijl inkomens en uitkeringen achterblijven. Dat staat op gespannen voet met de Nederlandse grondwet, waarin staat dat de overheid moet zorgen voor bestaanszekerheid.
Die spanning werd in 2023 duidelijk vastgelegd door de Commissie sociaal minimum Caribisch Nederland. Deze commissie-Thodé berekende wat mensen op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba minimaal nodig hebben om waardig te kunnen leven. De conclusie was helder: het sociaal minimum ligt al jaren te laag en eerdere maatregelen hebben dat tekort niet opgelost.
De commissie adviseerde om inkomens en uitkeringen fors te verhogen en tegelijk vaste lasten structureel te verlagen.
Geen verandering beleid, wél van toonIn dat licht sprak D66-leider Jetten bij de presentatie van het akkoord over een investering van dertig miljoen euro voor het sociaal minimum. Dat bedrag kan de indruk wekken van nieuw geld, maar het gaat om middelen die al langer op de rijksbegroting staan. Ook in dit akkoord is dertig miljoen euro per jaar gereserveerd voor de uitwerking van het sociaal minimum op de BES-eilanden.
Het is dus geen extra bedrag boven op bestaand beleid. Wat wel verandert, is de toon. In het akkoord wordt het sociaal minimum expliciet gekoppeld aan de adviezen van de commissie-Thodé en gepresenteerd als een concreet doel, niet langer als een verre ambitie.
Hogere latHet nieuws zit niet in een beleidsbreuk of een nieuwe zak geld, maar in de erkenning dat Bonaire, Sint-Eustatius en Saba onder volwaardige Nederlandse normen van bestaanszekerheid moeten vallen. Daarmee wordt de lat hoger gelegd.
Tegelijk blijft de vraag open of dertig miljoen euro per jaar voldoende is. Lokale bestuurders en de ombudsman waarschuwen al langer dat zonder extra stappen de armoede in Caribisch Nederland hardnekkig blijft.
Juist daarom is dit nu opnieuw onderwerp van gesprek: het coalitieakkoord maakt duidelijk dat het toekomstig kabinet niet meer om die verantwoordelijkheid heen kan.